Rutte ‘intrinsiek gemotiveerd’ voor klimaatbeleid

Het einde van het jaar is altijd een mooie periode om contemplatief te zijn, onze zonden te overdenken en om nieuwe voornemens alvast voor te bereiden. In een vorige bijdrage (‘Is duurzaamheid een kernwaarde?’) vroegen wij ons af of de Nederlandse overheid duurzaamheid echt serieus neemt of dat er sprake is van opportunisme. En wij lijken op onze wenken bediend te worden. In een groot interview in de Volkskrant op 24 december met Mark Rutte komt ook het klimaatbeleid aan de orde. Onze minister president spreekt zich onomwonden uit: hij is &#822intrinsiek gemotiveerdDe opgevraagde gebruiker bestaat niet., dat wil zeggen: het komt echt van binnenuit, niks geen verkiezingsretoriek.

Maar als dat nu echt zo is, waarom loopt Nederland dan zo achterlijk achter met productie van duurzame energie? En waarom gaat het zo stroef aan de klimaattafels en lopen verschillende partijen weg omdat het bedrijfsleven – althans, de vervuilers daarbinnen – niet aangepakt worden, bijvoorbeeld met een CO2-tax.

Als Rutte en met hem het kabinet echt intrinsiek gemotiveerd zijn dan kunnen we in 2019 heel wat initiatieven verwachten die Nederland voort zullen stuwen in de vaart der volkeren als het gaat om duurzaamheid. We hopen het. Het zou helemaal niet verkeerd zijn als duurzaamheid werkelijk een kernwaarde is van ons landje.

Is duurzaamheid een kernwaarde?

Is duurzaamheid echt een kernwaarde van ons land? Is er wellicht een verschil tussen burgers en politici als het gaat om hun ‘hart’ voor duurzaamheid? Hoe intrinsiek is de motivatie van de rijksoverheid (lees: het kabinet)? Willen ze echt duurzamer of is het alleen een zogenaamde extrinsieke motivatie, namelijk de behoefte om een boete van de EU te ontwijken?

Deze vragen werden zeer prangend aan het einde van 2018, zoals bleek uit een aantal publicaties in o.a. de Volkskrant. Als het bijvoorbeeld gaat om de opwekking c.q. consumptie van duurzame energie, dan slaan wij in EU-verband een modderfiguur. We lopen echt helemaal achteraan. We halen met onze huidige 6% voor geen meter onze doelstelling van 14% duurzaam energie in 2020.

Toegegeven: de EU als geheel loopt ook met 3% achter op dat doel. Dus we zijn niet het enige land in Europa. Maar we zijn wel weer het slimme jongetje in de klas die denkt: als wij dat doel nu eens op een andere manier kunnen bereiken, namelijk door een administratieve truc…dan omzeilen we in elk geval de boete van de EU!

Daarom is het de vraag of duurzaamheid echt een kernwaarde is van ons land. Waarom deze twijfel over de motivatie van de overheid?  Dat heeft de volgende aanleiding: wij halen onze doelen niet omdat we te weinig duurzaam opgewekte energie produceren. We plaatsen te weinig windmolens, zonnepanelen en doen te weinig om op andere manieren duurzame energie op te wekken. En om dat te “compenseren” halen we een administratieve truc uit om Roemeense duurzame energie op ons conto te schrijven. En voilà: we halen onze doelen…en krijgen geen boete van de EU. Maar schiet het geheel – lees: de EU, lees: de wereld gemeenschap –  hier iets mee op? Nee, natuurlijk niet. Uit de cijfers blijkt dat de EU als geheel al moeite heeft om haar doelstellingen te halen. Een overschot van het ene land daarom maar gebruiken om de onkunde van het andere lande te compenseren is natuurlijk de slapheid ten top. En ook heel egoïstisch: wij halen wel onze doelen, maar het geheel blijft hopeloos achter. Jammer, niet ons probleem. En dat is dus ook het signaal wat de overheid afgeeft aan de burgers: eigenlijk vinden we het niet zo heel erg belangrijk…

Wat als duurzaamheid echt een kernwaarde is? Wat zou de overheid dan doen? In de eerste plaats zou men niet over de landsgrenzen heen kijken voor de oplossing, maar vooral het eigen schip schoonmaken. Je hebt een doel, en als dreigt dat je het niet haalt, ga je met elkaar na wat er in eigen huis moet gebeuren om dat wel te halen. Zo simpel is het. We hoeven het niet moeilijker te maken dan het is.

Innoveren is combineren en verbinden

In de gemeente Lottum hadden ze een probleem, zo beschrijft de Volkskrant afgelopen week. Dwars door het Limburgse dorp loopt een doorgaande weg die aansluiting geeft op de A73. Gevaarlijk dus, want zowel vrachtverkeer als forensen willen zo snel mogelijk die snelweg op.

Aan die weg is echter ook een basisschool, een recept voor ellende, althans als het gaat om verkeersveiligheid. Nu heeft de gemeente eerst getracht met fysieke aanpassingen, die op zich creatief en innovatief zijn, de veiligheid voor de schoolgaande kinderen te vergroten. Rood asfalt – waardoor het lijkt alsof het een fietspad is, een noviteit die in verschillende steden met succes wordt toegepast – en een 3D-zebrapad, een IJslandse vinding die de suggestie van betonblokken op de weg geeft waardoor automobilisten automatisch de neiging hebben af te remmen. Prachtige combinatie, maar helaas zijn de effecten niet langdurig gebleken. Project mislukt? Nee, allerminst. Een paar creatieve ambtenaren heeft doorgezet en zijn samen met leerkrachten, ouders en kinderen naar plaatselijke vervoerbedrijven gegaan om hen te vragen, wellicht te smeken, rustiger te rijden. En smekende kinderoogjes doen wonderen, zoals wij weten. Daarnaast mochten de schoolkinderen met laserguns de rijsnelheid van auto’s meten. Dat is niet alleen spannend, het is uitermate leerzaam, want de kinderen leren hierdoor de snelheid van auto’s beter in te schatten.

De lessen die we hieruit moeten trekken? Verbeteringen realiseren is veelal een kwestie van combineren en integreren. Combineren van technieken en trucs en integreren van bedenkers en betrokkenen. Door de betrokkenen mee te nemen in het proces om tot een oplossing te komen neemt de kwaliteit over het algemeen alleen maar toe.

Van het gas af: hoezo Heldhaftig, Vastberaden en Barmhartig?

Je ben een gemeente en je wilt wat. Niet zomaar wat, maar heel wat, namelijk van het  gas af, uiterlijk in 2050.

Je gaat als bestuur en ambtelijke organisatie daarom voortvarend te werk. In het bedrijfsleven zouden ze dat een ‘top down’ benadering noemen. Lekker snel, weinig gepolder, gewoon aanwijzen. Nu werkt dat goed in een crisissituatie. Iedereen accepteert het als een brandweercommandant bij het blussen orders brult. Je rent, je doet wat je gezegd wordt. Die fik moet geblust, geen tijd voor overleg.

Maar buiten een dergelijke crisis wekt die top down benadering louter irritatie en weerstand op, zeker bij volwassenen die in staat zijn om na te denken en ook in staat zijn voor hun belangen op te komen.

Dus als de gemeente Amsterdam een bericht op de site plaatst onder de kop ‘Aardgasvrij wonen in de Van der Pekbuurt’ en Het Parool dat oppikt en daarover schrijft in de krant, tja, dan komt er irritatie en weerstand bij buurtbewoners, vooral bij particuliere huiseigenaren die denken: “Oh ja? Hoezo? Heb jij mij wat gevraagd? En het is g…. mijn eigen woning! Zal ik het je sterker vertellen: jij bent verplicht om mij gas te leveren! Zo staat het in de wet. Dus donder op met je mooie praatjes en laat me met rust.” Lees meer

Kernwaarden: Trump valt door de mand

Kernwaarden zijn een internationaal fenomeen. Dat is in september 2018 weer eens gebleken met de publicatie van de ondermijnende brief van een bezorgde en dwarse senior ambtenaar in het Witte Huis.

Het was al langer bekend dat het rommelt in het Witte Huis en dat veel medewerkers enorm veel moeite hebben met de leiderschapsstijl van President Trump. Maar dat er ook sprake is van regelrechte insubordinatie en zelfs muiterij, dat is nieuw.

Het bijzondere is dat de één passage in de brief, die is gepubliceerd in The New York Times en vervolgens vertaald in de Volkskrant is opgenomen, boekdelen spreekt. En dat is de volgende:

&#822De kern van het probleem is dat de president amoreel is. Iedereen die met hem werkt, weet dat er geen kernwaarden lijken te zijn waardoor hij zich bij zijn beslissingen laat leiden.De opgevraagde gebruiker bestaat niet.

Treffender kunnen we niet aangeven wat het belang van kernwaarden zijn!

Waarom niet innovatief met de energietransitie omgaan?

Met de uitvoering van de Green Deal loopt het niet vlekkeloos. Nederland moet van het gas af en de gemeenten moeten dat regelen, In veel gemeenten steigeren bewoners tegen de aanwijzing van hun wijk als pilot. Vreemd? Nee, niet als je de aanpak van die gemeenten tegen het licht houdt. Die is te omschrijven als dirigistisch en weinig innovatief.

De aangekondigde energietransitie leidt tot de nodige rumoer. Logisch, het raakt vrijwel elk huishouden. Zo niet in de portemonnee, dan wel in het dagelijkse leven. We moeten vóór 2050 met z’n allen van het gas af. En dat vraagt veel van iedereen, zowel mentaal als praktisch.

Het is niet gek dat mensen gaan steigeren als ze het gevoel krijgen op een stuurloos schip geplaatst te worden zonder adequate informatie over de koers die gevaren moet worden. Het is niet vreemd dat mensen de hakken in het zand steken als ze geconfronteerd worden met oekazes zonder dat zij enige invloed op de plannen hebben gehad. Zou het anders kunnen? Ja, natuurlijk kan het anders. Innovatief en verbindend tegelijk. Lees meer

Wie neemt de verantwoordelijkheid?

Het komt nogal eens voor dat kinderen de financiën van hun ouders regelen. En als die dan overlijden, dan kunnen ze geconfronteerd worden met de onaangename kanten van bureaucratie. Want dode mensen behouden hun DigiD. En dat leidt tot een nare nasleep van het overlijden.

In een opiniërend stuk in de Volkskrant schrijft columnist Toine Heymans over de belevenissen van Jan Smits, die de administratie afhandelde van zijn inmiddels overleden vader. Na het inloggen met de DigiD van zijn vader ontdekte hij dat er verschillende aanmaningen wachtten op een reactie van zijn vader, die daar natuurlijk niet meer aan kon voldoen.

Dus Jan belt met instanties die allemaal heel vriendelijk waren, maar niets oplosten. Sterker nog: het klassieke ‘van het kastje naar de muur’ kwam in optima forma boven water.

Naast de wrange boodschap in het verhaal dat het vechten tegen de bierkaai is, komen er ook een paar interessante waarnemingen aan de orde: “De digitale overheid is een echoput van omgevingen (…) Het is ook een fijne manier om de burger op afstand te houden.”

Dat is er een om over na te denken.

En ook dit: “Het probleem is dat niemand verantwoordelijk is.” Oftewel: iedereen kan de schuld afschuiven op het systeem. Het systeem is machtiger (geworden) dan de mens.

Dode mensen horen geen post te krijgen en Jan Smits verzucht: “Er moet een meneer zijn die op een stoel zit en bij de overheid werkt en zegt: jongens, laten we het oplossen.”

Dat is er nog een om over na te denken.

Share on linkedin
Share on facebook
Share on twitter
Share on google
Share on whatsapp
Share on email